KASTEEL LES BOULEAUX
Situering
Kasteel les Bouleaux is gelegen aan de Koning Alberlaan-laan nr, 188. Het is een klein, in historiserende stijl en in baksteen gebouwd kasteel met aan de voorzijde twee als diephuis uitgebouwde vleugels met puntgevels. Het geheel heeft typische historiserende kenmerken: natuurstenen kruiskozijnen en venster- en deuromlijstingen en kantelen. Links is een portaal met quasi-octogenale uitbouw in neorenaissancestijl met opschrift “ANNO/1900”.
Les Bouleaux is de Franse benaming voor de berken en verwijst naar de hoeve de Berken, die in de negentiende eeuw in de buurt van het kasteel te vinden was. Voor de oudere Sint-Michielsnaren is het kasteel, met omgevend park, beter bekend als “Kind Jezus” refererend naar de tijd dat het kasteel eigendom was van de Zusters van de Kindsheid van Maria Ter Spermalie en ingericht was als opvangcentrum voor mentaal gehandicapte kinderen.
Anno 2025 is het Dienstencentrum Ter Dreve in het kasteel gevestigd. Het centrum is gespecialiseerd in de ondersteuning van jongeren en volwassenen met een matige tot ernstige verstandelijke beperking, al dan niet in combinatie met een autismespectrumstoornis.
Historiek
De locatie van kasteel Les Bouleaux was in de 19e eeuw onbebouwd wei- en bouwland dat eigendom was van de familie de Coninck de Merckem. De bekendste telg was Patrice de Coninck, een Brugse advocaat die in de periode 1800-1827 verschillende bestuursfuncties uitoefende onder het Franse en Nederlandse bewind. De rust in het landelijke zuidelijke gebied van Sint-Michiels werd in 1846 ruw verstoord door de aanleg van de spoorlijn Brugge – Kortrijk, die komende vanuit Loppem, langs de dorpskom van Sint-Michiels bij de Boeveriepoort Brugge binnenging (de huidige Koning Albert I-laan). De gronden waren toen in handen gekomen van Patrice’ kleinzoon Gustave. Een deel werd door de Belgische staatsdomeinen onteigend en de rest werd verkocht aan Frans Dumon, die het een goeie 40 jaar later (1889) doorverkocht aan het echtpaar Gustaaf de Briey-Marie-Louise Kervyn de Lettenhove. In de erfgoedinventaris van de stad Brugge is vermeld dat op het aangekochte terrein twintig jaar later (1909) het kasteel Les Bouleaux is gebouwd in opdracht van Henri Kervyn de Lettenhove, broer van Marie-Louise. Onderzoek in het kadasterarchief wijst uit dat deze conclusie onjuist is. Mutatieschetsen maken duidelijk dat het centrale deel van het kasteel dateert van 1896 en de twee uitgebouwde vleugels later in 1904 zijn toegevoegd. Het opschrift “ANNO/1900” verwijst naar het jaar dat het kasteel waarschijnlijk voor het eerst werd bewoond. Ter verduidelijking zij ook vermeld dat het kasteel inderdaad gebouwd werd in opdracht van Henri Kervyn de Lettenhove (broer van de eigenares) maar dan niet in de hoedanigheid van eigenaar, maar van architect-toezichthouder
Het echtpaar de Briey – Kervyn heeft het kasteel nooit zelf bewoond. Het werd ongeveer 30 jaar bewoond door het echtpaar Ernest Pierssens (1870) – Emilie van Nieuwenhuyse (1870), dat in 1895 in Sint-Michiels getrouwd was. Emilie was de oudste dochter van Jules Van Nieuwenhuyse eigenaar-beheerder van het kasteeldomein Zwaenekerke in de Rijselstraat. Het echtpaar was zeer actief in het sociale leven van Sint Michiels; hij als voorzitter van de kerkfabriek en zij o.a. als voorzitster van Kinderwelzijn. Het echtpaar had vier kinderen: Marie, Henri, Marie-Louise en Simone. Het gezin werd zwaar op de proef gesteld. Drie van de vier kinderen stierven op jeugdige leeftijd. Dochter Marie-Louise stierf o.a. op 20-jarige leeftijd aan tyfhus, die ze als verpleegster had opgelopen aan het IJzerfront.
Het jaar 1936 was voor de familie Van Nieuwenhuyse een rampjaar, toen Emilie en haar twee zusters binnen een jaar tijd overleden. De overlevende dochter Simone Pierssens (1902-1969) erfde het aandeel van kasteeldomein Zwaenekerke van haar moeder (een derde). Ze was echter ook erfgenaam van haar twee tantes (elk een derde) die ongehuwd waren. Na de dood van haar moeder Emilie in 1936 verliet vader Ernest kasteel Les Bouleaux om zich te vestigen in villa Wilgenhof, die hij liet bouwen op erfgrond van zijn vrouw op het kasteeldomein Zwaenekerke. Na zijn vertrek bleef het kasteeldomein een drietal jaren onbewoond. Eigenaar Marie-Louise Kervyn was ondertussen overleden (1932) en het domein was in onverdeeldheid toebedeeld aan haar jongste zoon Pierre de Briey en Geneviève enFrancoise de Gargan, kinderen van haar dochter Jeanne de Briey (die op jonge leeftijd, 33 jaar, overleden was).
Instituut Kind Jezus (1939 – 1967)
Het domein werd in 1939 door de erven de Briey verkocht aan de Congregatie van de Zusters van de Kindsheid van Maria Ter Spermalie. De congregatie van Spermalie was in 1836 opgericht door kanunnik Charles Carton, die de oude cisterciënzerabdij aan de Snaggaardstraat aankocht en er in 1842, samen met de zusters, een meisjesinternaat en een kleuterschool oprichtte. De congregatie kwam in de laatste decennia van de 19de eeuw en de eerste helft van de 20ste eeuw tot grote bloei. De zusters stichtten nieuwe zustergemeenschappen en apostolaatsinstellingen in de wijde omgeving van Brugge, o.a. in Sint-Kruis (1886), Wenduine (1900), Nieuwmunster (1905), Assebroek (1908) en Sluis (1934).
In september 1939 vestigden vier zusters en dertien jongens met een ernstige verstandelijke beperking zich in kasteel Les Bouleaux. Eind 1940 was het aantal opgelopen tot 30 Het kasteel was toen algemeen bekend als Instituut Kind Jezus.
Tijdens WO II eisten de bezetters het kasteeltje op en verhuisden de zusters naar de binnenstad van Brugge. Het kasteel was in 1944 beschadigd bij de Sinksen-bombardementen op het nabijgelegen kasteel ter Linden en de zusters keerden pas in mei 1946 terug.
De naoorlogse jaren vormden de bakermat van de georganiseerde zorg. Accenten werden verlegd van bewaren naar opvoeden en van bezighouden naar leren. In januari 1949 richtten de zusters het eerste klasje op waar de internen les konden krijgen. Het aantal kinderen nam jaar na jaar toe en bracht materiële en ernstige problemen met zich mee. In september 1959 namen de zusters een nieuw modern gebouwencomplex in gebruik dat aangebouwd werd aan het kasteel, met een grote eetzaal, een speelzaal en een slaapzaal.
Wat er precies is gebeurd, moet nog uitgezocht worden, maar de nieuwbouw werd al na 10 jaar gesloopt om plaats te maken voor het huidige hoofdgebouw, dat in 1968 in gebruik werd genomen. Het gebouw bevatte naast zes klaslokalen ook drie grote zalen (leef-, speel- en slaapzaal), een ruime kapel en een medisch kabinet met ziekenzaal.
In hetzelfde jaar kreeg het Instituut van het Vlaamse Fonds voor Medische, Sociale en Pedagogische Hulp aan Gehandicapten (ook gekend als ‘Fonds 81’) de status van Medisch-Pedagogisch Instituut (MPI). Een MPI was een door de Vlaamse overheid officieel erkende verzorgingsinstelling voor jongeren met een (zware) handicap die bestaat uit een aangepaste verblijfsvoorziening (internaat) en een school voor buitengewoon lager onderwijs (BLO). Het MPI kreeg de erkenning voor de verzorging van 72 jongens van 3 tot 13 jaar “aangetast door middelmatige zwakzinnigheid”. Het zou zich voortaan alleen nog richten op matig mentaal gehandicapten. De toen aanwezige 23 ernstig mentaal gehandicapte kinderen werden overgeplaatst naar de Engelbewaarder in Aartrijke.
In die jaren veranderde er veel op korte tijd: de zusters lieten de grote eetzaal ombouwen tot huiselijke paviljoenen en het familiaal gezinsgelijkend profiel werd centraler gesteld. Vanwege de sterk dalende zusterroepingen moest toenemend beroep gedaan worden op leken. Therapeuten en orthopedagogen zorgden voor verdere professionalisering van de zorg.
Medisch Pedagogisch Instituut (MPI) (1968 – 1982)
Op organisatorisch vlak werd de beheersvorm en benaming gewijzigd: de feitelijke vereniging MPI Kind Jezus werd per 5 november 1971 de VZW MPI Kind Jezus en op 17 oktober 1973 kreeg het MPI een nieuwe, meer neutrale naam, Ter Dreve, genoemd naar de dreef die naast het kasteelpark naar Tillegembos loopt (thans onderbroken door de N31).
Onder druk van een dalend aantal internen verbreedde ook de dienstverlening. Naast de erkenning van het internaat van 72 matig mentaal gehandicapte kinderen, kreeg het MPI ook vergunning voor de oprichting van een semi-internaat dat plaats biedt voor de dagopvang van 12 kinderen. De maximumleeftijd zou later (1979) opgetrokken worden tot 15 jaar. Intussen was het personeelsbestand op 10 jaar tijd verdrievoudigd. Er werd ook een flinke inspanning geleverd om de groene omgeving te verfraaien van het omgevende kasteelpark.
De meer gepersonaliseerde ondersteuning bewerkstelligde een continue wijziging in de bestemming en de inrichting van gebouwen en lokalen, met als doel de noden en behoeften van de kinderen en de volwassenen beter op elkaar af te stemmen. Het bestaande hoofdgebouw werd in de loop der jaren opnieuw aangepast aan nieuwe inzichten. Zalen werden omgebouwd tot huiselijke leefeenheden met een eigen keuken en de nodige sanitaire voorzieningen. De grote slaapzaal werd onderverdeeld in kamertjes, de kapel werd een turnzaal en de verpleegeenheid werd een gerieflijke hobbyruimte.
Om wat ruimte vrij te maken, werd in 1979 een nieuw huis voor de nog residerende zusters gebouwd in het park dat verfraaid en uitgebreid werd met een groot speelpark. Dit gaf enig soelaas, maar heel wat diensten bleven eng behuisd.
Beginjaren tachtig zag het MPI, mede onder druk van concurrerende gelijkaardige instellingen, zich genoodzaakt tot schaalvergroting. Plannen werden gemaakt om het zorgaanbod te verbreden. In de loop van 1982 werden twee nieuwe woonhuizen en een therapiegebouw gebouwd voor de opvang van volwassen mentaal gehandicapten op de speelweide achter het hoofdgebouw. De huizen boden (en bieden nog) onderdak aan twee leefgroepen van 10 volwassenen. Ze hebben een gezamenlijke inkom en berging. Elk woonhuis beschikt over tien kamers met een ruime living met open keuken, een speelkamer, sanitaire voorzieningen en een ziekenkamer. Toen het huis van de zusters ter beschikking kwam, werd de opvangcapaciteit op 30 volwassen bewoners gebracht.
Dienstencentrum Ter Dreve (1982 – heden)
In 1983 werd nog een gespecialiseerd hulpverleningsprogramma uitgewerkt voor mentaal gehandicapte kinderen met autisme en aanverwante communicatiestoornissen.
De bredere vorm van dienstverlening werd vastgelegd in nieuwe statuten. In 1985 kreeg de vzw MPI Tter Dreve kreeg de nieuwe benaming: vzw Dienstencentrum Ter Dreve met een brede doelstelling: het oprichten van een orthopedisch dienstencentrum om mentaal gehandicapte kinderen, jongeren en volwassenen te begeleiden in hun ontwikkelingsmogelijkheden. De school werd ondergebracht in een aparte vzw Buitengewoon Basis Onderwijs (BuBaO) met een eigen, zelfstandig bestuur. De verdere geschiedenis van het dienstencentrum wordt in een aparte bijdrage besproken (zie Zorg en Welzijn).


