KRONIEK VAN SINT-MICHIELS

VROEGER EN NU

AMAZONEDREEF

SITUERING

De Amazonedreef ligt in de wijk Ter Linden, vernoemd naar het kasteeldomein Ter Linden dat begin jaren zestig van de vorige eeuw werd verkaveld. De dreef, die in oost-westrichting parallel loopt met de (Witte) Molenstraat, is ongeveer 400 m lang en verbindt de Artemislaan met de Graaf Pierre de Brieylaan. Het 10 m brede tracé biedt ruimte voor een 6 m brede betonrijweg zonder voetpaden, maar met bomen beplante groenstroken van 2 m. Waarom de dreef halverwege een knik vertoont, met een klein driehoekig pleintje, is een vraag die nog beantwoord moet worden.

De bebouwing bestaat uit 37 vrijstaande ééngezinswoningen met een kleine voor- en achtertuin. Drie hoekwoningen hebben hun toegang resp. in de Kwarteldreef (2) en de Graaf Pierre de Brieylaan (1).

Bij de verkaveling koos het gemeentebestuur van Sint-Michiels, op een uitzondering na, voor straatnamen die verwijzen naar de jacht, een knipoog naar de tijd dat kasteeldomeinen zoals ter Linden uitgestrekte landerijen hadden waar veel werd gejaagd. In deze context verwijst de naam “amazone” naar een specifieke rijstijl in het paardrijden waarbij de ruiter met beide benen aan één kant van het paard zit. Deze stijl staat ook bekend als “zijzadel”-rijden. Historisch gezien werd het als het meest geschikt beschouwd voor vrouwen. De straatnaam moet niet worden verward met de iets oudere Amazonestraat ten oosten van de Expressweg N31, in het verlengde van de Amazonedreef.

HISTORIEK

Het gebied tussen de historische woonkern van Sint-Michiels (langs de Rijselse Heirweg) en de Torhoutse Steenweg, ten noorden van het Tillegemdomein, had tot vóór WO II een landelijk karakter. Verspreid over het gebied waren er een tiental landbouwnederzettingen die toebehoorden aan de gegoede burgerij en verpacht werden dan wel gebruikt als buitenverblijf.

Begin negentiende eeuw was de adellijke familie de Heere de Beauvoorde de voornaamste landeigenaar. De familie was in 1667 in de adelstand opgenomen en vanaf de 15e eeuw waren al voorvaders burgemeesters van Veurne, Brugge en het Brugse Vrije geweest. Zo was Bruno-Maximilien de Heere (1757-1815) de laatste schout van Brugge. De familie de Heere woonde in die tijd in een groot huis op de Markt van Brugge,

Een paar jaar vóór zijn dood in 1815 schonk stamvader Bruno-Maximilien het landgoed in Sint-Michiels aan zijn twee dochters. Eugénie erfde het oostelijke deel aan de Torhoutse Steenweg, dat uit 17 percelen bestond en later het kasteeldomein Vogelzang zou genoemd worden. Haar vier jaar jongere zuster Rosalie kreeg het grotere deel tussen de huidige Graaf de Brieylaan, Xaverianenstraat en Koningin Astridlaan, dat bekend zou worden als het kasteeldomein ter Linden.

Over de oorsprong van domein Ter Linden is maar weinig bekend. Heemkundige en apotheker Gerard Franchoo heeft in de zestiger jaren diepgaand onderzoek gedaan naar de oorsprong, die terugging tot het begin van de 15e eeuw. De oudste bij de Brugse toponymist Karel de Flou aangetroffen vermelding dateert pas van 1544. Toen behoorde ter Linden aan de Jerusalemkapel uit Brugge. Het was eerst een pachthoeve, werd later een herenboerderij en moet ongetwijfeld een achterleen geweest zijn van de heerlijkheid Tillegem tot het einde van het ancien regime in 1795.

Ten tijde van het opmaken van het eerste primitieve kadasterplan van 1835 was het ter Linden domein dus eigendom van Rosalie de Heere (1788-1855) die getrouwd was (in 1816) met Gustave de Laage de Bellefaye, “Sous-Préfet” in het Noord-Franse Saint-Omer. Het domein bestond toen uit een 50-tal kadastrale percelen, een gebied van ongeveer 60 ha. Het echtpaar had 5 kinderen. De broer van Rosalie, Bruno de Heere (die vrijgezel bleef) was overigens van 1820 tot 1831 burgemeester van Sint-Michiels.

Dochter Eugénie de Laage de Bellefaye (1820-1880) erfde het domein van haar vader Gustave in 1861. Ze was in 1839 getrouwd met haar neef Joseph-Bruno Kervyn (1817-1891), zoon van Joseph-Guillaume Kervyn, bewoner en beheerder van het naburige Vogelzangdomein. Na zijn overlijden werd het kasteel en het grootste deel van het ter Lindendomein in 1893 toebedeeld aan dochter Louise Kervyn de Lettenhove (1852-1932) die toen gehuwd was met Louis (Lodewijk) de Briey (1850-1918). Rond de benaming van echtgenoot de Briey bestaat enige verwarring, omdat hij ook soms benoemd wordt met zijn tweede voornaam Edouard. Het echtpaar had acht kinderen, waarvan drie jong stierven. Moeder Louise stierf in 1932.

De nalatenschap bleef nog 7 jaar onverdeeld eigendom van de 5 overlevende kinderen de Briey, tot ze in 1939 uit de onverdeeldheid traden en het kasteel en omliggende terreinen werd toebedeeld aan de jongste van de 5 kinderen, Pierre. Graaf Pierre de Briey (1896-1984) was net daarvoor, in 1934, in het huwelijk getreden met gravin Joanna Ghika (1909-2002) lid van een Oostenrijkse adellijke familie die hij in zijn diplomatieke dienst had leren kennen. Het gezin de Briey-Ghika kon niet veel genieten van de toedeling. Enkele maanden na het passeren van de verdelingsakte brak WO II uit. Wat verder tijdens en na de bezetting is gebeurd met het kasteel en het domein wordt uitvoerig besproken en toegelicht in het boek van Dr. Carlos Vlaeminck, Operatie Ramrod 934. Het kasteel werd in mei 1944 gebombardeerd en was niet meer bewoonbaar te maken. Verder wordt verwezen naar een aparte bijdrage over kasteel ter Linden (zie Kastelen).

Het college van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Sint-Michiels richtte zich in april 1948 tot graaf de Briey met de vraag om de kasteelruïne definitief te slopen en het puin te mogen gebruiken voor wegverharding. De sloopwerkzaamheden werden in de loop van 1952 voltooid. De beslissing was toen al bij de familie de Briey gevallen om het hele kasteeldomein te verkavelen en te verkopen.

Met de medewerking van het Sint-Michielse gemeentebestuur werden de jaren daarop plannen uitgewerkt die het verkavelingsproces in goede banen moesten leiden. Eigenaar graaf Pierre de Briey (1896-1984) trad op als verkavelaar. Hij nam het Brugse notariskantoor van Georges Van Caillie en bouwpromoter Maurice Ballegeer onder de arm om het verkavelingsproces te faciliteren. Nogal wat burgers fronsten de wenkbrauwen bij deze afspraak, omdat de gronden uit de hand werden verkocht en de heer Ballegeer een bekende zakenpartner van de burgemeester was. Hierdoor kreeg het hele verkavelingsproces en de toewijzing van de gronden een (gemeentelijk) politiek tintje.

Het verkavelingsproces was al eerder in 1952 ingezet, toen de familie de Briey bereid was gevonden om een terrein van 3,4 ha aan de Koningin Astridlaan te verkopen aan de West-Vlaamse veehandelsbond om er een eigen overdekte veemarkthal te bouwen. Het initiatief werd van harte gesteund door de gemeente Sint-Michiels en zorgde voor de nodige commotie in de Brugse regio. Meer details over de “veemarktoorlog” zijn te vinden in een aparte bijdrage (zie Veemarkt).

Vervolgens kwamen de terreinen aan de (Witte) Molenstraat en de Xaverianenstraat, ten oosten van het geplande tracé van de Expressweg N31, aan de beurt. Het gebied van ongeveer 3,5 ha werd ontsloten met de verlenging van de toen bestaande Molenstraat (met ongeveer 180 m) en de aanleg van drie nieuwe straten: de Amazonestraat, Jachthoornstraat en Ruitersweg. De straatnamen werden officieel goedgekeurd in de gemeenteraad van 15 december 1959.

Voor het grote gebied ten westen van de geplande Expressweg N31 kreeg de Brusselse urbanist en architect Ray Huyghebaert in eerste instantie de opdracht van de gemeente Sint-Michiels een “voorontwerp van de nieuwe wijk ter Linden” te maken. “Overwegende het enorm belang voor de gemeente Sint-Michiels en eerstdaags zal overgegaan worden tot de aankoop van gronden” werd het in de gemeenteraad van 16 juni 1959 goedgekeurd. In het voorontwerp werd vastgelegd dat het, tot dan toe grotendeels onbewoonde kasteeldomein ter Linden een gemengde woon – nijverheidsbestemming zou krijgen. Het bevatte ook een schets van een nieuw aan te leggen stratennetwerk dat het gebied moest ontsluiten en waarvan de namen later (in 1964) zouden worden vastgesteld: Artemislaan, Amazonedreef, Dianadreef, Grasdreef, Konijnenpijp, de Stropersgracht, Kwarteldreef, Graaf Pierre de Brieylaan, Herfstlaan, Kloppersweg, Witte Mereldreef enDomeindreef.

Overeenkomstig de wet “houdende organisatie van de ruimtelijke ordening en van de stedenbouw” dd. 29 maart 1962, diende notaris Georges Van Caillie in de loop van 1963, namens de familie de Briey, de eerste verkavelingsplannen in bij het gemeentebestuur van Sint-Michiels. Ze werden, op basis van het bovenvermelde algemene voorontwerp, uitgewerkt en getekend door landmeter Antoon De Laender en de gemeentelijke Technische Dienst van ir. Amand Jonckheere.

Zoals te zien op de toegevoegde kaart, vormt de Amazonedreef de noordergrens van verkavelingen VK 6345 en VK 6641. VK 6345 was een van de eerste aanvragen die in juni 1963 bij de gemeente Sint-Michiels werd ingediend en in september 1963 in de gemeenteraad werd goedgekeurd. Ze had betrekking op een terrein van ongeveer 5 ha met ruimte voor een 60-tal bouwkavels.VK 6641 was iets kleiner (3,5 ha) met ruimte voor een 50-tal gelijkaardige bouwkavels van 500-800 m2. Waarom de aanvraag van deze verkaveling pas drie jaar later (september 1966) officieel werd ingediend, moet nog uitgezocht worden. Het tijdsverschil verklaart wellicht waarom de dreef ter hoogte van de Stropersgracht (de grens tussen de twee aanvragen) niet exact in elkaars verlengde ligt. Wellicht is er nog iemand die weet waarom hier van een recht tracé is afgeweken,

In die tijd waren de bouwvoorschriften nog niet zeer gedetailleerd. Voornaamste voorschrift was dat, in beide gevallen, het verkavelde gebied uitsluitend een woonbestemming zou krijgen voor alleenstaande ééngezinswoningen met een bouwvrije strook van minstens 3 m tussen woonhuis en de laterale perceelgrens.

Vrijwel alle kavels in de Amazonedreef werden in 1963 verkocht aan particuliere eigenaars. De woningen nrs 23 en 31 dateren van 1964 en zijn de eerste woningen van de dreef. Het gros van de woningen volgde in de zeventiger en tachtiger jaren.

Pages ( 1 of 3 ): 1 23Next »
Zoeken