AMAZONESTRAAT
Situering
De Amazonestraat is een doodlopende zijstraat van de Xaverianenstraat, gelegen in de wijk Ter Linden. Deze wijk is genoemd naar het gelijknamige kasteeldomein Ter Linden dat in de vijftiger jaren is verkaveld. De straat, die toen nieuw werd aangelegd, is ongeveer 200 meter lang en heeft een 6,5 meter breed betonwegdek en voetpaden aan beide zijden. Ongeveer halverwege is de straat verbonden met de Witte Molenstraat via de Jachtveldstraat.
Aan de noordzijde (even nummers), grenzend aan de VIVES-campus, wordt het straatbeeld bepaald door een halfopen bebouwing met in totaal 16 eengezinswoningen op bouwpercelen van ongeveer 300 m2. Deze bieden ruimte voor een kleine tuin aan de voorkant en een bescheiden tuin aan de achterzijde. Aan de zuidzijde (oneven nummers) zijn de bouwkavels iets groter en bestaat de bebouwing uit halfopen en deels uit open bebouwing met in totaal 10 eengezinswoningen.
Een kaart met de locatie en het woningenbestand is toegevoegd.
De naamgeving van de straat herinnert aan de tijd dat het gebied ten zuiden van de stadswallen van Brugge vrijwel onbewoond en grotendeels bebost was en waar veel werd gejaagd. Op een paar uitzonderingen na staan alle bestaande en nieuwe straten in de verkaveling van kasteeldomein ter Linden in verband met de jacht. In deze context verwijst een “amazone” naar een rijstijl in het paardrijden waarbij de ruiter met beide benen aan één kant zit van het paard. Deze stijl staat ook bekend als zijzadelrijden. Historisch gezien werd het als meest geschikt beschouwd voor vrouwen.
Historiek
Het gebied tussen de historische woonkern van Sint-Michiels (langs de Rijselse Heirweg) en de Torhoutse Steenweg, ten noorden van het Tillegemdomein, had tot aan WO II een landelijk karakter. Verspreid over het gebied waren er een tiental landbouwnederzettingen die eigendom waren van de gegoede burgerij, die verpacht werden dan wel gebruikt als buitenverblijf.
In de vroege negentiende eeuw was de adellijke familie de Heere de Beauvoorde de belangrijkste landeigenaar. De familie werd in 1667 in de adelstand opgenomen en had al vanaf de 15e eeuw voorvaderen die burgemeesters waren van Veurne, Brugge en het Brugse Vrije, Zo was Bruno-Maximilien de Heere (1757-1815) de laatste schout van Brugge. De familie de Heere woonde destijds in een groot huis op de Markt van Brugge,
Een paar jaar vóór zijn dood, in 1815, schonk stamvader Bruno-Maximilien het landgoed in Sint-Michiels aan zijn twee dochters. Eugénie kreeg het oostelijke deel van het gebied aan de Torhoutse Steenweg, dat uit 17 percelen bestond en later bekend zou worden als kasteeldomein Vogelzang. Haar 4 jaar jongere zuster Rosalie kreeg het grotere deel tussen de huidige Graaf de Brieylaan en de Xaverianenstraat, bestaande uit 51 percelen, dat zou uitgroeien tot het kasteeldomein ter Linden.
Ten tijde van het opmaken van het eerste primitieve kadasterplan van 1835 was domein ter Linden eigendom van Rosalie de Heere (1788-1855) die gehuwd was (in 1816) met Gustave de Laage de Bellefaye, sous-préfet in het noord-Franse Saint-Omer. Het domein bestond toen uit een 50-tal kadastrale percelen, gelegen tussen de huidige Torhoutse Steenweg, Koningin Astridlaan en Witte Molenstraat, een gebied van ongeveer 60 ha. Of het echtpaar de Laage de Bellefaye-de Heere het landgoed en kasteel ook daadwerkelijk bewoonde of het enkel als buitenverblijf gebruikte, moet nog uitgezocht worden. Het echtpaar had vijf kinderen. De broer van Rosalie, Bruno de Heere (die vrijgezel bleef) was overigens van 1820 tot 1831 burgemeester van Sint-Michiels.
In 1861 erfde dochter Eugénie de Laage de Bellefaye (1820-1880) het domein van haar vader Gustave. Ze was in 1839 gehuwd met haar neef Joseph-Bruno Kervyn (1817-1891), zoon van Joseph-Guillaume Kervyn, bewoner en beheerder van het Vogelzangdomein. Na zijn overlijden werd het kasteel en het grootste deel van het kasteeldomein in 1893 toebedeeld aan hun dochter Louise Kervyn de Lettenhove (1852-1932) die toen gehuwd was met Louis (Lodewijk) de Briey (1850-1918). Rond de benaming van echtgenoot de Briey bestaat enige verwarring, omdat hij ook soms benoemd wordt met zijn tweede voornaam Edouard. Het echtpaar had acht kinderen waarvan drie jong stierven. Moeder Louise overleed in 1932.
De nalatenschap bleef nog 7 jaar in onverdeeld eigendom van de 5 overlevende kinderen de Briey tot ze in 1939 uit de onverdeeldheid traden en het kasteel en omliggende terreinen werd toebedeeld aan de jongste van de 5 kinderen, Pierre. Graaf Pierre de Briey (1896-1984) was net daarvoor, in 1934, in het huwelijk getreden met gravin Joanna Ghika (1909-2002), lid van een Oostenrijkse adellijke familie die hij in zijn diplomatieke dienst had leren kennen. Het gezin de Briey-Ghika kon niet veel genieten van de erfenis. Enkele maanden na het passeren van de verdelingsakte brak WO II uit. Wat verder tijdens en na de bezetting is gebeurd met het kasteel en het domein wordt uitvoerig besproken en toegelicht in het boek van Dr. Carlos Vlaeminck, Operatie Ramrod 934. Het kasteel werd in mei 1944 gebombardeerd en was niet meer bewoonbaar te maken. Verder wordt erwezen naar een aparte bijdrage over kasteel Ter Linden (zie Kastelen).
Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Sint-Michiels richtte zich in april 1948 tot graaf de Briey met de vraag om de kasteelruïne definitief te slopen en het puin te mogen gebruiken voor wegverharding. De sloopwerkzaamheden werden in de loop van 1952 voltooid. De beslissing was toen al bij de familie de Briey gevallen om het hele kasteeldomein te verkavelen en te verkopen.
Met de medewerking van het Sint-Michielse gemeentebestuur werden de jaren daarop de bijzondere plannen van aanleg opgesteld die het verkavelingsproces in goede banen moesten leiden. Eigenaar graaf Pierre de Briey (1896-1984) trad op als verkavelaar. Hij nam het Brugse notariskantoor van Henry Van Caillie en bouwpromotor Maurice Ballegeer onder de arm om het verkavelingsproces te faciliteren. Nogal wat burgers fronsten de wenkbrauwen bij deze afspraak omdat de gronden uit de hand werden verkocht en de heer Ballegeer een bekende zakenpartner van de burgemeester was. Hierdoor kreeg het hele verkavelingsproces en de toewijzing van de gronden een (gemeentelijk) politiek tintje.
In de loop van 1959 diende notaris Van Caillie, namens de familie de Briey, een viertal verkavelingsaanvragen in die door de Sint-Michielse gemeenteraad onmiddellijk besproken en officieel goedgekeurd werden. Wel op voorwaarde dat de verkavelaar op eigen kosten het basiswegennetwerk en de riolering zou aanleggen en na aanleg kosteloos ter beschikking zou stellen van de gemeente.
De terreinen aan de (Witte) Molenstraat en de Xaverianenstraat, ten oosten van het geplande tracé van de Expressweg N31, kwamen het eerst aan de beurt. Het gebied van ongeveer 3,5 ha werd ontsloten met de verlenging van de toen bestaande Molenstraat (met ongeveer 180 m) en de aanleg van drie nieuwe straten: de Amazonestraat, Jachthoornstraat en Ruitersweg. De straatnamen werden officieel goedgekeurd in de gemeenteraad van 15 december 1959.
Anticiperend op de goedkeuring van de verkavelingsaanvraag was de grondverkoop in de nieuwe Amazonestraat al in 1957 begonnen: in totaal 28 percelen, waarvan 26 hun toegang hebben in de straat en 2 hoekpanden (1 in de Witte Molenstraat en 1 in de Jachtveldstraat). In het verkavelingsplan werd rekening gehouden met de toekomstige aanleg van Expressweg N31 waardoor de lengte van de straat beperkt bleef tot een kleine 200 m. De aanleg van de Expressweg had heel wat voeten in de aarde. Het duurde uiteindelijk nog 17 jaar vooraleer hij daadwerkelijk werd gerealiseerd en opengesteld voor het verkeer.
De oudste woningen in de straat dateren van 1959 (nrs. 11 tot 15). Eigenaren waren niet erg haastig met bouwen. Midden jaren zestig was nog niet de helft van de straat bebouwd.





