KRONIEK VAN SINT-MICHIELS

VROEGER EN NU

VLIERSTRAAT – VOGELKERSSTRAAT

Situering

De Vlierstraat en Vogelkersstraat zijn twee parallel, doodlopende zijstraten van de Titecastraat in de Willebrordwijk van deelgemeente Sint-Michiels. De straten liggen “back to back” in het verlengde van resp. de Notelarendreef en de Oudekerkstraat, ook twee doodlopende zijstraten van de Veldstraat.

Met zijn 140 meter is de Vogelkerstraat iets korter dan de Vlierstraat, die 150 meter diep is. Het tracé van beide geasfalteerde straten is 10 m breed, met aan één kant een voetpad. Net als in de aanpalende Notelarendreef en Oudekerkstraat voorzag het bouwplan in een open bebouwing met een perceelbreedte variërend tussen 16 en 18 meter en een diepte van 30 tot 35 m, wat ruimte biedt voor een korte oprijlaan en voortuin en een ruime achtertuin. In de Vlierstraat zijn 12 bungalow-type woningen geregistreerd en in de Vogelkersstraat 10. Vreemd genoeg zijn vier kavels met toegang aan de Titecastraat tot op heden onbebouwd gebleven; het blijken kavels te zijn die eigendom zijn gebleven van de familie Claeys, die het terrein had aangekocht. Wat hiervan de bedoeling is moet nog uitgezocht worden.

In de Vogelkersstraat is er in het belang van de woonkwaliteit alleen een voetgangers- en fietsdoorgang naar de Notelarendreef. Aan het einde van Vlierstraat is een klein openbaar kinderspeelplein aangelegd maar er is geen doorgang naar de Oudekerkstraat.

Voor wie het niet mocht weten; de vlier (Sambucus) is een geslacht van snelgroeiende heesters of kleine bomen. De zwarte bessen zijn een belangrijke bron van voedsel voor veel vogels. Hoewel de naam anders doet vermoeden, is de likeur Sambuca niet gemaakt van vlier maar van anijs, de vrucht van de anijsplant die tot een ander plantengeslacht behoort. Wel kan van de bloemen vlierbloesemlimonade gemaakt worden.

De vogelkers (Prunus padus) lijkt veel op de vlier, maar is een boom uit de rozenfamilie (Rosaceae). De botanische naam Prunus is de Latijnse naam voor pruim en padus is het oude Latijnse woord voor de Italiaanse rivier de Po. De boom heeft zijn soortaanduiding te danken aan het feit dat hij veel aan de oever van de Po voorkwam. Net als die van de vlier zijn de vruchten rijp in het najaar en worden ze door vogels en dieren graag gegeten.

Of er ooit in het betreffende gebied echt vlier- en vogelkersbomen gestaan hebben is twijfelachtig, maar niet onmogelijk. In de vergaderingsverslagen van de stedelijke gemeenteraad wordt de keuze van de straatnamen niet verder toegelicht.

Historiek

In het eerste Belgische kadasterregister van 1835 staat het gebied van de huidige Vlier- en Vogelkersstraat geregistreerd op naam van de Burgerlijke Godshuizen van de stad Brugge. Tot op het einde van het Ancien Régime behoorden godshuizen en andere sociale instellingen toe aan private stichtingen die door de besturen van de ambachten of door de afstammelingen van de stichters beheerd werden. Het Franse bestuur onteigende ze en bracht ze onder het openbaar bestuur van de Burgerlijke Godshuizen van de stad Brugge.

Na verloop van tijd werden grote delen van de in de Franse tijd geconfisqueerde eigendommen verkocht en richtte het bestuur van de Burgerlijke Godshuizen zich meer en meer op haar kerntaak als dienstencentrum voor de armen, ouderenzorg en psychische hulp aan de inwoners. Zo werd het braakliggende terrein aan de Titecastraat in 1912 verkocht aan Dorsan Reynaert (1873-1956), zoon van een doktersgezin in Aarsele. Na in Leuven te zijn afgestudeerd als landbouwingenieur (1896) werd hij in Brugge in het daaropvolgende jaar 1897 tot priester gewijd. De jonge priester gaf eerst 10 jaar les in het Sint-Lodewijkscollege in de Brugse binnenstad. Hij werd er in 1909 benoemd tot principaal, functie die hij tot 1925 vervulde. Het college was toen gevestigd op de hoek van de Geldmuntstraat en Dweersstraat op de plaats waar vandaag het Zilverpandcomplex is gelegen.

Het 2,5 ha grote terrein werd ingericht als voetbalterrein waar de leerlingen van het college op de vrije woensdagmiddag (min of meer verplicht) aan openluchtsport konden doen. Veel meer dan voetballen kon men op het weiland niet, want er waren verder geen faciliteiten voor het uitoefenen van andere sporten. Een half-open bouwvallige schuur deed dienst als omkleed- en schuilplaats. Sanitaire voorzieningen waren er niet.

In 1922 werd de eigendomstitel van het terrein overgeschreven op naam van de Bisschoppelijke Onderwijsinrichtingen Brugge, een in hetzelfde jaar door het Bisdom Brugge opgerichte vzw. De vzw had (en heeft nog steeds) tot doel het katholiek geïnspireerd onderwijs te ondersteunen en te bevorderen door “het aanbieden van geschikte en aangepaste infrastructuur“.

Het in de volksmond bekende “collegeplein” bleef nog tot 1970 eigendom van de vzw Bisschoppelijke Onderwijsinrichtingen c.q. het Bisdom Brugge. In de loop van de jaren zestig kampte het college met een dalend leerlingenaantal en voldeed de verouderde vestiging aan de Geldmuntstraat niet meer aan de eisen des tijds. De plannen voor een relocatie kregen vaste vorm in 1969, toen voorkeur werd uitgesproken voor verhuizing naar de buitenrand van de stad. Uitwijken naar het speelplein in de Titecastraat lag voor de hand, maar de toegankelijkheid van de site werd te problematisch gevonden. De voorkeur ging uiteindelijk uit naar een braakliggend terrein aan de Magdalenastraat op Sint-Andries, dat deel uitmaakte van het Psychiatrisch Ziekenhuis Onze-Lieve-Vrouw. Op 17 maart 1970 begonnen daar de bouwwerkzaamheden en op 3 september 1972 werden er de eerste lessen gegeven.

Ondertussen was de verkavelingswoede in de randgemeenten, met name in Sint-Michiels, losgebarsten. De druk op het in onbruik geraakte sportterrein aan de Titecastraat werd groot. Toen de relocatie van het college naar Sint-Andries was beslist, werd het terrein door eigenaar Bisschoppelijke Onderwijsinrichtingen in 1969 te koop gesteld. In een brief dd. 22 april 1969 aan het Federaal Aankoopcomité bevestigde de gemeente Sint-Michiels dat ze bereid was het terrein “voor openbaar nut” aan te willen kopen voor een bedrag van BF 2,25 miljoen. In het laatste jaar vóór de fusie met Brugge probeerde burgemeester Van Maele nog een prestige-project voor Sint-Michiels binnen te halen door de grond “om niet” aan te bieden aan de Belgische Staat voor de vestiging van een nieuwe rijkswachtkazerne. De Brugse Rijkswacht was al enige tijd op zoek naar een nieuwe locatie voor de in onbruik geraakte kazerne aan de Predikherenrei. Het financiële lokkertje was niet nodig. De Belgische Staat kocht, nog in hetzelfde jaar 1969, het terrein zelf.

Plannen voor de nieuwe kazerne werden getekend en hertekend, maar kwamen niet tot uitvoering. Binnen de Rijkswacht was er geen echte consensus over de wenselijkheid c.q. noodzakelijkheid van de relocatie en, niet ongebruikelijk, speelden op nationaal niveau financieringsproblemen mee. Begin 1975 stak een ander probleem de kop op. Een buurtbewonerscomité van de Titecastraat en omliggende straten was de mening toegedaan dat de inplanting van de kazerne zou leiden tot verkeersonveilige situaties en verstoring van de residentiële rust door aanhoudend af- en aanrijden van voertuigen en landen van helikopters. Ondertussen was de fusie met de stad Brugge tot stand gekomen en oppositiepartijen in de Brugse gemeenteraad steunden de protestactie. Voor de Belgische Staat aanleiding om het kazerneprojectdossier af te sluiten en het terrein weer te verkopen. Het terrein kreeg een bouwbestemming en werd in 1979 aangekocht door de Zedelgemse familie Claeys. De oude zakelijke partner van oud-burgemeester Van Maele zag wel brood in de verkaveling.  

Het verkavelingsplan voorzag in de aanleg van twee doodlopende straten met ingang in de Titecastraat en een 30-tal kavels, bestemd voor open bebouwing met eensgezinswoningen. Ondertussen boog de Brugse Commissie voor Toponymie en Straatnamen zich over de naamgeving van de twee nieuw aan te leggen straten. Het voorstel van het Brugse schepencollege om ze de toepasselijke naam Sint-Lodewijkshof te geven, werd afgewezen met het argument dat het college er nooit gevestigd was. Dat is op zichzelf juist, maar het alternatieve voorstel van de raad om beide straten dan maar een boomnaam te geven, naar analogie met de al bestaande naburige straten Notelarendreef en Treurwilgenweg, getuigt van weinig inspiratie.

De eerste kavels werden nog in hetzelfde jaar 1979 doorverkocht aan particuliere kopers. De eerste huizen werden in 1981 ingeschreven in het kadaster (nrs. 1, 5 in de Vogelkersstraat en 6, 10 in de Vlierstraat). De rest volgde mondjesmaat in de jaren tachtig en negentig. Zoals eerder vermeld, zijn vier kavels langs de Titecastraat tot op heden onverkocht in het bezit van de familie Claeys gebleven. De reden hiervoor is vooralsnog onduidelijk

Pages ( 1 of 3 ): 1 23Next »
Zoeken