WALAKKER
Situering
Walakker is een in de veertiger jaren van de vorige eeuw aangelegde nieuwe straat die vroeger deel uitmaakte van het uitgestrekte, grotendeel beboste park van kasteeldomein Leisele. Deze zijweg van de Baron de Serretstraat kruist de Parklaan en loopt tot aan de Leiselebeek. Via een smalle voetgangers- en fietsverbinding over de beek is er aansluiting met t’ Kloosterhof en de Leieselewijk. De 5 meter brede betonrijweg is ongeveer 300 meter lang met aan beide zijden een smal voetpad en een smalle met bomen beplante groene strook.
Het straatbeeld vertoont een opvallende variatie: een tiental eengezinswoningen van twee bouwlagen wordt afgewisseld met drie kleinschalige en drie grootschalige flatgebouwen,
De relatief hoge concentratie aan flats zorgt voor een opvallende en enigszins atypische aanblik. De combinatie van laag- en hoogbouw creëert een ongewone spanningsboog in het straatbeeld, die zowel qua schaal als visuele impact afwijkt van het klassieke beeld van een traditionele residentiële buurt.
Locatie en woningenbestand van de straat zijn weergegeven op de toegevoegde kaart.
De Walakker, of De Walakkers, is een historische plaatsnaam die verwijst naar een meers – een laaggelegen, drassig weiland – gelegen tussen de Leiselebeek en de Kerkebeek – dat doorheen de tijd gebruikt werd als maaigrasland of hooibilk. In verschillende historische documenten duikt de naam op, onder meer als: “meersch genaamd den Walacker” (1631), “maaigras genaamd de Walakkers te Sint-Michiels” (1828), en “maeygras genaamd te Walackers” (1836).
De locatie komt min of meer overeen met de huidige Boudenwijparkvijver. Gelegen op een boogscheut van kasteel Leisele, maakte het deel uit van het kasteeldomein tot het, tijdens de Franse overheersing, onteigend werd en onder beheer gebracht van het Bureau van Weldadigheid van de nieuw opgerichte gemeente Sint-Michiels.
De reden voor deze onteigening is tot op heden niet opgehelderd en vraagt verder historisch onderzoek. Vermoedelijk hing ze samen met de bredere hervormingen tijdens de Franse Revolutie, waarbij kerkelijke en adellijke eigendommen op grote schaal werden aangeslagen en herverdeeld ten behoeve van het openbaar nut.
Historiek
Tot begin negentiende eeuw was het gebied ten zuid-oosten van de dorpskern van Sint-Michiels vrijwel onbewoond braakliggend of bebost terrein. Ten tijde van het opmaken van het primitief kadasterplan van 1835 was het, op de woonkern Steenbrugge na, in het bezit van vier vooraanstaande Brugse adelijke of vermogende burgerfamilies die zich daar al eerder gevestigd hadden met fraaie buitenverblijven of kastelen. De voorgeschiedenis van de families vander Beken de Cringhe, van Zuylen van Nyevelt, Doudan en Sinave en hun respectievelijk landgoeden Rode Poort, Leisele, Leiselebeke en Sinave worden in aparte bijdragen besproken. De locaties van de landgoeden en hun kastelen c.q. buitenverblijven zijn aangeduid op de bijgevoegde kaart
Zoals op de kaart te zien is, bevond het gebied van de Parklaan zich binnen de contouren van kasteeldomein Leisele. Dit domein ontstond als één van de oudste nederzettingen uit de fiscus Weinebrugge, en is op oude kaarten terug te vinden onder benamingen als Lensele, Leynsele, Leyzele, Linceele. De geschiedenis van deze nederzetting, die zou uitgroeien tot het kasteeldomein Leisele, wordt in aan aparte bijdrage besproken (zie kastelen – kasteel Leisele).
Bij het opstellen van het kadasterregister in 1835 was het ongeveer 150 ha grote domein eigendom van Johannes Jacobus van Zuylen van Nyevelt (1752-1846). Het bleef in familiebezit tot 1887 toen het werd verkocht aan grootgrondbezitter Oscar Hanneuse en echtgenote Hortensia Oppenheim. Het moet een nogal excentriek echtpaar geweest zijn. Het huwelijk eindigde in 1896 in een echtscheiding. Hortensia werd alleen eigenares na verdeling van de huwelijksgemeenschap. Na het overlijden van Hortensia in 1925 werd het hele domein in zes loten verkocht.
Het kasteel werd gekocht door Frederic Coppieters ’t Wallant en de pachthoeve Blijdenburg door Henri Schoutteet. Het grootste deel van de overige landerijen kwam in handen van Richard Brutsaert en Urbain Bossuyt. De eerste was een bekend Brugs handelaar met handelshuis op de Mallebergplaats in Brugge. Urbain Bossuyt was ook handelaar en grootgrondbezitter- eigenaar-bewoner van kasteeldomein Zevecote in Assebroek. Beide heren moeten elkaar goed gekend hebben en werkten in onderling overleg de plannen uit voor de verkaveling en het bouwrijp maken van de landerijen tussen de Dorpstraat en het kasteelpark Leisele.
In de gemeentearchieven is geen spoor te vinden van enige betrokkenheid van de gemeentelijke overheid bij het verkavelingsgebeuren. In die tijd waren er nog geen stedebouwkundige voorschriften en beslisten de grondeigenaren zelf over de inrichting van hun eigendommen.
Het verkavelingsplan voorzag in een netwerk van woonstraten, ingetekend op het bijgevoegde oude kadasterplan, waarop de huidige straatnamen zijn vermeld.
De eerste bouwkavels werden in 1929 verkocht langs de bestaande, imposant met bomen omzoomde, toegangsdreef tot het kasteel (die de toepasselijke naam Leiseledreef en later Leiselestraat kreeg) en de nieuw aangelegde Baron de Serretstraat. Beide straatdossiers worden nog in een aparte bijdragen besproken.
De plannen voor de verdere ontsluiting van het kasteelpark zijn van iets latere datum. Ze dateren van de periode 1938-39 toen de Zusters van Merkem hun intrek namen in kasteel Leisele en het kasteelpark werd verkaveld met vier nieuw aan te leggen straten, de Prins Karellaan (later Casenbroodtlaan), Parklaan, Kasteellaan (later Sint-Arnolduslaan) en Vijverlaan (later Walakker).
Vrijwel het hele tracé van de nieuw ingeplande Vijverlaan was bij de verkoop en verkaveling van het kasteeldomein in 1925 aangekocht door Urbain Bossuyt, grootgrondbezitter en eigenaar-bewoner van kasteeldomein Zevecote in Assebroek.
De eerste bouwkavels langs de laan werden al in 1929 doorverkocht maar de verkaveling kwam pas goed op gang in de periode 1941-42 nadat de familie Coppieters ‘t Wallant, bewoner eigenaar en bewoner van het kasteel, “plaats gemaakt had” voor de Congregatie van de Zusters van de H. Vicenzo a Paolo.
De straat bleef nog 20 jaar onbebouwd totdat in 1962 de eerste twee ééngezinswoningen – nummers 5 en 7 – werden gebouwd. Van hun oorspronkelijk uiterlijk is tegenwoordig echter weinig meer te herkennen. In datzelfde jaar kreeg de straat officieel de naam Vijverlaan. De rest van de bebouwing volgde in de jaren zeventig: een tweewoonblok, twee driewoonblokken en twee vrtijstaande woningen.
In de jaren zestig veranderde het straatbeeld ingrijpend met de bouw van residentie De Leeuwerik, een flatgebouw van twaalf verdiepingen met 96 huurappartementen.
Het werd opgetrokken door de Interbrugse Maatschappij voor Goedkope Woningen op een terrein van 1,8 hectare dat in 1961 werd aangekocht van eigenaar Richard Brutsaert. De eerste steen werd gelegd op 3 april 1964 – onder striemende regen – door minister voor Gezin en Huisvesting De Riemaecker en op 27 april 1968 officieel in gebruik genomen (ter zijde, Mevr De Riemaecker was de eerste vrouwelijke minister van België).De firma Gebroeders Verhaeghe uit Loppem trad op als hoofdaannemer. De huurprijs van de appartementen varieerde destijds tussen de 1.600 en 1.800 BF in de maand (€ 40-45)
Het stadsbestuur van Brugge leverde in februari 2025 een omgevingsvergunning af voor de volledige renovatie van het inmiddels ontruimde flatgebouw. De renovatiewerken zijn gepland voor 2026 en voorzien in een volledige facelift van alle 96 appartementen. NB het is de bedoeling dat de radiomast van de VBRO (Vrije Brugse Radio) op het dak behouden blijft.
Kort na de bouw van de Leeuwerik. vond in 1971 de fusie met de stad Brugge plaats.
Om verwarring te vermijden met bestaande straatnamen zoals de Vijversdreef en de Vijversgracht in Sint-Kruis, stelde de nieuw ingestelde Commissie voor Toponymie en Straatnamen voor om de naam “Vijverstraat” te wijzigen. De straat kreeg de nieuwe naam “Walakker”, een toponiem dat, zoals eerder toegelicht, reeds lokaal ingeburgerd was en beter aansloot bij de historische en geografische context van de buurt.
Na Residentie Leeuwerik volgden nog drie projecten met kleinschalige meergezinswoningen. De oudste daarvan is Residentie Paul Brugge (nr 4) een appartementencomplex met twee bouwlagen en 23 studio’s dat in 1976 in gebruik werd genomen. Daarna bleef het ruim twintig jaar stil, tot in de jaren negentig opnieuw twee kleinschalige appartementsgebouwen werden gerealiseerd: in 1990 de Residentie Walakker (nr 10) met 2 bouwlagen en 10 appartementen en in 2009 de Residentie Lex (nr 28) met eveneens 2 bouwlagen en 8 appartementen.
In november 2007 verleende de stedelijke dienst voor Ruimtelijke Ordening en Huisvesting een bouwvergunning voor een nieuw woontorencomplex aan de oever van het Boudewijnpark.op een terrein van 0,5 ha. Dit perceel, met daarop villa Falkenier, was sinds 1964 in het bezit van de Brugse advocatenfamilie Floré en werd in 2002 verkocht om plaats te maken voor een nieuw woonproject.
Onder de naam Lake Resort werden in de periode 2009 -11 drie woontorens (nr 30-32-34) opgetrokken, die vernoemd werden naar de drie aartsengelen Raphaël, Michaël en Gabriël. Het wooncomplex, ontworpen door architectenbureau Govaert en Van Houtte, omvat in totaal 28 residentiële appartementen en 2 handelsruimtes.
Met de voltooiing van Residentie De Lijster in 2025 is de straat volledig volgebouwd. Dit recente nieuwbouwproject van de Interbrugse Maatschappij voor Goedkope Woningen (inmiddels hernoemd tot Vivendo) verrees op het terrein van de voormalige ondergrondse parking van residentie de Leeuwerik. Het eigentijdse woonproject telt 62 appartementen, verdeeld over vier woonblokken (nrs. 12, 14, 16 en 18), onderling verbonden via een ondergrondse parkeergarage. Het betreft sociale huurappartementen die comfortabele huisvesting bieden voor gezinnen en alleenstaanden met een beperkt budget.




