KRONIEK VAN SINT-MICHIELS

VROEGER EN NU

’t GROENHOF

Situering

‘t Groenhof ligt in de Leiselewijk, een laaggelegen weidegebied in het zuiden van deelgemeente Sint-Michiels, dat in de zestiger jaren van de vorige eeuw werd verkaveld. Het is een doodlopende zijstraat van de Sint-Godelievelaan met een verbreding aan het einde, een zogenaamde pijpekop. De 5 meter brede betonnen toegangsweg is ongeveer 55 meter diep, met een brede parkeerstrook in het begin. Zoals de naam al aanduidt, heeft de straat eerder het karakter van een binnenhof.

Anno 2025 is de plek een kaal, open terrein. De 12 in 1963 gebouwde bejaardenwoningen werden in 2021 gesloop,t nadat bleek dat ze niet langer voldeden aan de moderne eisen van comfort en veiligheid. Sindsdien is het wachten op de goedgekeurde nieuwbouwplannen van eigenaar Vivendo.

De naam van de straat is onrechtstreeks verbonden aan de legende van de Heilige Godelieve, de patroonsheilige van de nieuw opgerichte parochie in het Leiselegebied. Het leven van Godelieve van Gistel werd voor het eerst in 1080 beschreven door Drogo, een benedictijner monnik van de abdij van Sint-Winoksbergen, toen ze nog niet als heilige erkend, maar door het volksgeloof zeer vereerd werd. De abdij was, op instigatie van de Vlaamse graaf Boudewijn IV met de Baard, gebouwd op een 22 meter hoge heuvel in de buurt van Sint-Winoksbergen (het huidige Bergues in Noord-Frankrijk) en was al in 857 bekend als de “Gruonomberg” en later “Groenberg” of “Groenhof”. Tijdens de Franse Revolutie werd de abdij gesloten en vrijwel volledig vernield. Enkele restanten zijn bewaard gebleven: de Porte de Marbre, die het oorspronkelijke poortgebouw van de abt vervangt. de Tour Carrée; de torenstomp van de voormalige abdijkerk en de achthoekige Tour Pointue.

Historiek

Tot begin negentiende eeuw was het gebied ten zuiden van de dorpskern van Sint-Michiels vrijwel onbewoond, braakliggend of bebost terrein. Ten tijde van het opmaken van het primitief kadasterplan van 1835 was het zuidoostelijke deel, op de woonkern Steenbrugge na, in het bezit van vier vooraanstaande Brugse adellijke of vermogende burgerfamilies die zich daar al eerder gevestigd hadden met fraaie buitenverblijven of kastelen. De voorgeschiedenis van de families vander Beken de Cringhe, van Zuylen van Nyevelt, Doudan en Sinave en hun respectievelijke landgoederen Rode Poort, Leisele, Leiselebeke en Sinave wordt in aparte bijdragen besproken. De locaties van de landgoederen en hun kastelen zijn aangegeven op de bijgevoegde kaart.

Zoals op de kaart te zien is, lag het gebied van ’t Groenhof in het westelijk blauw gearceerde deel van kasteeldomein Leiselebeke dat door de toenmalige eigenaar, de familie Doudan-Dumortier, in 1838 werd verkocht aan Henri Sion.

Henri Sion, een aannemer uit Gent die in de Wijnzakstraat in Brugge woonde, was al eigenaar van het kasteel Bloemenoord in het centrum van Sint-Michiels – het kasteel dat later dienstdeed als gemeentehuis en thans leegstaat.
Na zijn overlijden in 1870 gingen kasteel en de landerijen in het Leiselegebied over naar zijn echtgenote Petronella Vandenabeele. Het echtpaar had geen eigen kinderen, maar wel een aangenomen dochter, Clemence Marie Vandaele. Vooralsnog is onduidelijk of Clemence een bloedverwant was of niet. In 1856 trouwde Clemence met Joannes Van Wint “propriétaire et directeur de la messagerie de Gand “ Ze kregen 3 kinderen: Victor, Leon en Clementine.

Nog tijdens haar leven schonk de weduwe Petronella kasteel en landerijen aan haar nog ongehuwde stiefkleinzoon Victor Van Wint (1857-1876). Het noodlot sloeg echter toe in de familie Van Wint. Vader Joannes stierf op 41-jarige leeftijd en Victor overleed twee jaar na de schenking, op slechts 20-jarige leeftijd. De erfenis ging naar Victors broer Leon Van Wint (1858-1919) die getrouwd was met Marie-Antoinette Carton (1860-1949). Leon overleed ook vroegtijdig in 1919. Zijn weduwe bleef kasteel Bloemenoord bewonen tot WO II. Ze stierf in 1949 op 89-jarige leeftijd, waarna de landerijen naar de twee dochters, Agnes en Suzanne, gingen.

Burgemeester Michel Van Maele had inmiddels goede banden opgebouwd met de familie Van Wint. Na WO II had hij al het kasteel Bloemenoord gekocht en als gemeentehuis ingericht. Eind jaren vijftig benaderde hij de zusters Van Wint om de minder waardevolle en zompige graslanden tussen Kerke- en Leiselebeek ook te verkopen. Het was in de naoorlogse tijd dat de verkavelingswoede in Vlaanderen losbarstte en de ambitieuze burgemeester grote plannen voor woningbouw in het gebied had.

Agnes en Suzanne Van Wint hadden wel oren naar de verkoop. De zoon van Agnes, Roger de Preudhomme d’Hailly de Nieuport, onderhandelde namens de familie met de gemeente Sint-Michiels over de verkoopvoorwaarden. Bouwpromotor Maurice Ballegeer kreeg het mandaat om de gronden uit de hand te verkopen. Nogal wat burgers fronsten de wenkbrauwen bij deze afspraak, omdat de heer Ballegeer een bekende zakenpartner van de burgemeester was. Het akkoord bepaalde dat de verkoper het basiswegennetwerk en de riolering op eigen kosten zou aanleggen en kosteloos aan de gemeente zou overdragen.

Een voorontwerp van het Bijzonder Plan van Aanleg (BPA) nr. 13, opgesteld door gemeente-ingenieur Amand Jonckheere, werd in mei 1959 door het college van Burgemeester en Schepenen goedgekeurd en voorgelegd aan de verantwoordelijke provinciale en nationale diensten van Stedebouw. In een eerste reactie, gedateerd 29 april 1960, oordeelden ze dat het gepresenteerde plan geen duidelijke visie op het gebied gaf en er sprake was van “een eentonige en zuivere stratentrekkerij eerder dan een doordacht en logisch opgevat en verantwoord bestemmingsplan waarvan de aanleg beter ingestudeerd moet worden”.

De verhouding met de betreffende diensten verslechterde verder toen een delegatie van Stedebouw bij een inspectiebezoek aan het gebied in juni 1960 vaststelde dat er zonder goedkeuring alvast was begonnen met wegeniswerken en geen rekening werd gehouden met “de meest elementaire begrippen van de stedebouw“.

Geconfronteerd met de kritiek, liet het gemeentebestuur in een brief van september 1960 aan het ministerie van Openbare Werken en Wederopbouw weten dat architectenduo Remy Van der Looven en Raymond Huyghebaert was aangesteld voor het “opstellen, voor rekening van de staat, van het volledig ontwerp van de uitrustingswerken van een tuinwijk op het grondgebied van de gemeente Sint-Michiels. Het ontwerp in kwestie behelst: wegen, riolering, waterleidingen, beplantingen en al wat er mede verband houdt.”

Het nieuw uitgewerkte Bijzonder Plan van Aanleg nr. 13A, waarin het ruimtelijk patroon van het voorontwerp behouden bleef, werd in augustus 1962 goedgekeurd door de gemeenteraad. Na verdere bijsturing volgde een jaar later de formele bekrachtiging door de Stedebouwkundige diensten.

In het BPA werd o.a. ruimte voorzien voor de bouw van sociale woningen. Burgemeester Van Maele speelde een belangrijke rol in het tot stand komen van de samenwerking met de Interbrugse Maatschappij voor Goedkope Woningen waarvan hij de initiator en voorzitter van de beheerraad was.

Onder het “toeziend oog” van burgemeester Van Maele sloot de eigenaar, de zusters Van Wint, in 1960 een verkoopovereenkomst die de Maatschappij in staat stelde een 5 ha groot terrein in het oosten van het Leiselegebied te verwerven voor de bouw van 126 sociale woningen. Het terrein is op de kaart terug te vinden in bijlage. De tijd was nog niet rijp om het ambitieuze bouwproject een eigen naam te geven. Het bleef verder bekend als het “126 woningen project“. Aannemer PVBA Vanden Bulcke uit Rumbeke begon in april 1962 met de bouw van een eerste reeks van 50 woningen (loten 1 en 4) en in september 1962 met de overige 76 woningen (loten 2, 3 en 5).

Op lot 1 verrezen 12 eengezinskoopwoningen en 12 bejaardenhuurwoningen. De bejaardenwoningen, vier blokken van 3, werden gegroepeerd rond een binnenplein dat de naam ‘t Groenhof kreeg. De kleine, gelijkvloerse woningen werden in augustus 1964 opgeleverd.

Het hele “126 woningen”-projectgebied bood toen nog een troosteloze aanblik. De bestratingswerken en de aanleg van riolering kwamen pas in 1964 goed op gang en het duurde nog tot begin 1965 vooraleer de verdere inrichting en aanplantingswerken werden aanbesteed. Eén en ander leidde tot grote frustraties bij de bewoners.

De afgelopen jaren werd duidelijk dat de 60 jaar oude bejaardenwoningen niet langer voldeden aan de moderne eisen van wonen en dringend aan renovatie toe waren. In 2021 nam eigenaar Vivendo de beslissing om ze te slopen en de bewoners te herhuisvesten in de nieuwe multifunctionele woningen van de maatschappij aan het Stokveldepad (zie Stokveldepad).

Anno 2025 zijn de plannen voor sociale nieuwbouw in de maak, maar is het nog onduidelijk hoe en wanneer ze gerealiseerd zullen worden.

Pages ( 1 of 3 ): 1 23Next »
Zoeken